De geschiedenis van G.B.D. Calamari

Als begin 1965 naar aanleiding van enkele onderwaterfilms bij een aantal Groningse biologen de interesse voor het duiken wordt aangewakkerd, heeft de duiksport nog maar nauwelijks tien jaar eerder z’n entree in Nederland gemaakt (vooral in Amsterdam en omstreken). Je kunt nog niet, zoals nu, naar een duikschool of -vereniging in de buurt om daar les te nemen. Om toch aan de wens tot duiken gestalte te kunnen geven wordt op 25 februari van dat jaar dus de Groninger Biologen Duikvereniging opgericht als eerste duikvereniging in het Noorden van ons land.

De mensen die aan de wieg van de vereniging staan, een aantal studenten en medewerkers van de subfaculteit Biologie van de Rijksuniversiteit, zien vooral mogelijkheden om de duiktechniek voor hun professie te gaan gebruiken. Met deze instelling geven ze Calamari een groot goed mee want ook nu nog is duiken voor de meeste Calamarianen veeleer middel dan doel op zich. Enthousiasme is in 1965 in ruime mate aanwezig, kennis van het duiken nog volstrekt niet. In het begin moet er iedere twee weken een instructeur uit Amsterdam komen om de op dat moment 17 nieuwbakken duikers drie kwartier lang in te kunnen wijden in de geheimen van het duiken met perslucht. Al vrij snel wordt er ook een tweede instructeur gevonden, die overigens van Texel moet komen. Deze is op dat moment zelf bezig met zijn instructeursopleiding bij de enkele jaren eerder opgerichte Nederlandse Onderwatersport Bond (NOB). Het moge duidelijk zijn dat we het hier hebben over de pioniers van het duiken in Noord Nederland.

Bijna een jaar na de oprichting krijgt de vereniging haar huidige naam en kort daarna zelfs Koninklijke Goedkeuring (volgens de wet van 22 april 1855). Er zijn dan zo’n 35 leden. De eerste duiken in het buitenwater (zelfs in het sterk stromende Marsdiep) zijn dan al gemaakt.

Duiken bij Rovinj, 1968.

Materiaal

De contributie die de leden betalen (f 50,– per jaar) gaat in zijn geheel op aan zwembadhuur en het vullen van geleende persluchtflessen. Een lening van het Universiteitsfonds maakt het mogelijk dat Calamari in 1966 haar eerste clubmateriaal aanschaft: een compressor van het merk Luchard met een Clinton benzinemotor, 10 zeven-liter flessen en evenveel automaten. Vijf jaar later worden bij de eerste keuring alle persluchtflessen afgekeurd, terwijl de lening nog niet eens is afbetaald. Inmiddels beschikt de club wel over een elektromotor (zodat de compressor naar keuze op elektriciteit of benzine kan draaien), enkele reddingsvesten (voor de veiligheid en daarom weinig gebruikt) en een boot.

Het verhaal gaat dat deze boot nog gebruikt zou zijn bij de geallieerde landing op Normandië. Hoe het ook zij, oorspronkelijk was de boot van de US Navy en het merkplaatje vermeldt als bouwjaar 1940. Gezien haar gedrag om zich steeds geheel aan de vorm van de golven aan te passen heeft ze al snel de bijnaam ‘Worst’. Voortstuwing geschiedt aanvankelijk door spierkracht, maar vanaf 1970 door een 2,5 pk Seagull ‘buitenboordmotor’.

Het Hok

Compressor en clubflessen kunnen in het begin gestald worden in de fietsenkelder van ‘Oude Zoölogie’ in Haren (de huidige Centrale Houtbewerking). In 1968 wordt het clubmateriaal naar de kelder van de tropische kas van de hortus verplaatst, om daarvandaan in 1972 weer te verhuizen naar ‘Het Hok’ aan de Grote Rozenstraat.

Duiken bij Rocher La Vieille, Île d'Houat, 1972.

De eerste duikkampjes

Gebruikt wordt het materiaal ook. De eerste grote Calamari-excursie dateert van de zomer van 1966. Reisdoel is het Joegoslavische Rovinj, dat ook in de twee volgende jaren wordt bezocht. De organisatie van de buitenlandse excursies is aanvankelijk in handen van het bestuur en het karakter van de excursies is wetenschappelijk. Er wordt onder andere voor het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) levend materiaal verzameld. Later worden op initiatief van groepjes leden in de vakanties duiktrips met een wat minder wetenschappelijke aard op touw gezet. Ook heden ten dage worden nog steeds dit soort excursies ondernomen en de lijst van reisdoelen is te lang om ze volledig te geven. We noemen slechts Sardinië, Helgoland, de Algarve, Ierland, Schotland, Zweden, Galicië en het veelbezochte ‘Pilleurs d’Epaves’ in Bretagne.

Opbouw en groei

De jaren zeventig zijn, na een moeilijke start, vooral een periode van opbouw en groei. Het ledental stijgt (tot boven de zestig) en er wordt veel geld gestoken in de uitbreiding van het materiaalpark.

Het is inmiddels ook vast gebruik dat Calamari vier weekeinden per jaar voor een duikkamp naar Zeeland afreist. In 1978 wordt de boot vervangen. De club schaft een echte Zodiac aan en daar moet natuurlijk een 20 pk buitenboordmotor achter. Ook de compressor wordt vervangen door een zwaarder model, van het merk Bauer. Om alles nog te kunnen vervoeren, krijgt het materiaalpark een jaar later uitbreiding in de vorm van een aanhanger. De jaren tachtig geven een enorme kapitaalgroei te zien. Het in 1978 geïntroduceerde materiaalplan met bijbehorende afschrijving en financiële reservering werpen duidelijk hun vruchten af. Daarnaast ontdekt de vereniging de ‘doelsubsidies’, die de aanschaf van het een en ander faciliteren. De zeven liter flessen worden langzaamaan vervangen door tien-liters, er komen manometers op de automaten (waarmee voor het eerst tijdens de duik te zien is hoeveel lucht er nog in de fles zit), reddingsvesten worden vervangen door trimvesten (die ook onderwater nuttig zijn, dus deze worden wél gebruikt) en er komt een tweede compressor. Het ledental komt zelfs even boven de honderd. Bij het vijfde lustrum kan de vereniging haar geluk niet op.

Groepsfoto G.B.D. Calamari, 1975

Studiebeursellende

De jaren negentig laten vooral de gevolgen van de twee-fasen structuur in het wetenschappelijk onderwijs zien. De leden studeren korter en blijven dus korter lid. Door allerlei financiële prikkels wordt de studiedruk verhoogd, zodat het erop gaat lijken dat de club bulkt van het materiaal met leden die nauwelijks tijd hebben daar gebruik van te maken. Tot overmaat van ramp wordt de overeenkomst voor het gebruik van ‘Het Hok’ in de Grote Rozenstraat door de universiteit opgezegd. Het spreekwoord over hoogste nood en nabije redding doet ook hier echter opgeld en in september 1998 opent Calamari onder de oude naam ‘Het Hok’ een geheel nieuw, twee keer zo groot onderkomen in het inkoopstation van het Biologisch Centrum, tussen de tropische kas van wat nu Hortus Haren heet en ‘Oude Zoölogie’ in.

Hok Haren

Weer een nieuw hok

Het Biologisch Centrum was meer dan 40 jaar gevestigd in Haren. In 2010 kwam er een einde aan deze huisvesting en verhuisden alle biologen naar het Zernike in het noorden van Groningen. Calamari moest ook wijken uit "Het Hok". Gelukkig was er ruim op tijd een commissie ingesteld die zorgde voor een nieuw onderkomen op het Zernike. Dit kwam heel goed uit omdat de zwembad trainingen inmiddels ook waren verplaatst van het Helperbad naar het Willem Alexander Sportcomplex. Op deze manier was men veel minder tijd en geld kwijt aan het vervoer van materiaal van en naar het zwembad voor de perslucht trainingen.

Het hok op het Zernike-complex